25 Easy ways to brighten a stranger’s day

  1. Have a chat.
  2. Say goodmorning/good afternoon/good evening.
  3. Make way for someone to pass.
  4. Help them cross over.
  5. Return a cart to the station for an older person or a busy mother.
  6. Offer someone a cup of coffee/tea without asking if they want some.
  7. Hold the door open for anyone.
  8. Tell someone they have a nice smile.
  9. Let someone cut ahead of you at the grocery store – checkout.
  10. Compliment someone’s clothing.
  11. Leave pennies on the penny horse ride at the grocery store.
  12. Bake cookies or bring fresh fruit to a new neighbour.
  13. Leave a message on a public mirror that says, “You’re Beautiful!”
  14. Leave a book somewhere for someone else to read. Add a note if you’d like, explaining what you got from the book and what you hope they do.
  15. Give stuff away!
  16. Sing and dance in your car at stoplights. When people ogle you, look straight at them, smile, and continue. It will catch them off guard, and they will smile.
  17. Offer up hugs to people. Friends, family, or even complete strangers. Free hugs!
  18. Offer your seat to someone when there aren’t any left. And hey, not just pregnant women and old people.
  19. Wave to a child in the car next to you.
  20. Share your umbrella on a rainy day.
  21. Brush the snow off of the car next to yours.
  22. Pay for the coffee of the person behind you in line.
  23. Pick up litter on the street when you pass it. This makes everyone happier.
  24. Ask someone, anyone, how you can help!
  25. Give a smile!

Sociale druk op je eierstokken pt. 3

Toelatingsessay voor de Schrijversvakschool. In 3 delen! Dit is dus 3/3; het slotstuk.

Écht verliefd zijn voelt alsof je alles aan kan. Je zit in de trein, forenzend van je werk richting huis (of andersom), en je kijkt naar het troosteloze weer, de regen die tegen de ramen klettert en het grijze wolkenfront dat onheilspellend komt aangedreven, en toch begin je te gloeien van binnen. De vlinders die gehuisvest zijn in de vlinderstruik in je buik vliegen allemaal tegelijk op, de zon breekt ineens door (figuurlijk dan) en het front met stapelwolken verplaatst zich van buiten naar je hersenpan. Noemen ze het daarom lentekriebels? Het klinkt misschien, nee, uiteraard heel erg cliché maar verliefd zijn is natuurlijk het aller fijnste gevoel ter wereld. Het is een samenspel van hormonen en stofjes in je hersenen die je dat prettige gevoel geven. Maar het is dus ook tijdelijk. Je lichaam heeft op een gegeven moment genoeg van al die chemische reacties en je verliefdheid verdwijnt. En daar begint dus de ellende. Want wat dan? Hou je dan ‘ineens’ van iemand? Of is de lol er wel een beetje van af en ga je over in de sleur van de dag? Dilemma! Want blijf je bij je liefje of ga je als een junkie op zoek naar een volgend shot chemische shit en laat je je schatje dus achter? Lees verder

Sociale druk op je eierstokken pt.2

Toelatingsessay voor de Schrijversvakschool. In 3 delen! Dit is dus 2/3.

Ik hou trouwens helemaal niet van kinderen. Die zijn alleen leuk als ze van een ander zijn. Kan je tenminste nog eens een nachtje doorhalen/-slapen. Ren je niet de hele dag van crèche naar supermarkt naar kantoor naar bushalte naar bakfiets naar playdate naar pfffff.. Ik krijg het werkelijk benauwd als ik er aan denk. Een kind met iemand hebben. En op verjaardagen vertellen dat jullie het toch zo heer-lijk hebben met zijn viertjes/vijfjes/zesjes. ‘Jonas doet het geweldig op de kleuterschool; hij kent de tafels van een tot en met tien al uit zijn hoofd en de kleuterleidster van de Openbare Algemene Vrije Montessorischool denkt werkelijk dat hij hoogbegaafd is en dat zijn ze nu dan ook druk aan het testen. En Fleur die kan met drie maanden al rechtop zitten en is echt de aller zoetste baby die er bestaat!’ De wallen onder je ogen verraden wel anders. Jonas heeft waarschijnlijk ADHD en Fleur ligt hele nachten te janken. ‘En Daniël, die schat van een echtgenoot, maakt de laatste tijd zo veel overuren, die promotie met auto van de zaak krijgt hij zeker!’ Terwijl ie ondertussen de manager HR (zónder kinderen) naait in een sjofel hotelletje ergens aan de Nieuwmarkt. Lees verder

Sociale druk op je eierstokken pt.1

Toelatingsessay voor de Schrijversvakschool. In 3 delen! Dit is dus 1/3.

Afgelopen week zag ik tijdens een reclameblok in een commercial van Pepper (een datingsite) dat je nu ook iemand een giftcard kon geven voor een lidmaatschap. Zo van: ‘Het wordt tijd dat jij weer eens een keer goed genomen wordt, ga eens even vlees keuren, koffie drinken en dan even flink van bil’. Het zal je maar gebeuren. Je bent jarig, hebt al je vrienden uiteraard inclusief aanhang en jengelende peuters in een kringetje in de woonkamer zitten met koffie en gebak en dan komt moederlief met een welgemeend ‘Alsjeblieft schat! Nog vele jaren!’ en fluisterend ‘en hopelijk eens met een vent’ aanzetten met een giftcard voor een datingsite. Gênant! Maar het is nu in ieder geval wel duidelijk dat ze maar al te graag kleinkinderen door de tuin van de stacaravan in Laren ziet rennen, en dat jouw biologische klok behoorlijk schijnt te zijn gaan tikken.

Ik word werkelijk waar helemaal paranoia van alle baby’s op mijn tijdlijn, de uitnodigingen voor bruiloften en de veranderende statussen op Facebook van ‘vrijgezel’ naar ‘in een relatie’. Ik gun het mijn vrienden en/of familie van harte, al die poepluiers en dikke rekeningen voor champagnetorens, maar ik voel tegelijkertijd ook een soort sociale druk. ‘Rox, je moet aan een vent! Alleen zijn is zó 2013’. Als single hoor je er blijkbaar niet meer bij. Nee, tegenwoordig gaan Arnoud en Josefien met de andere papa’s en mama’s uiteten en wordt de vrijgezel (ik dus) ingehuurd als babysitter. Lees verder

Hartenkreten – Een briefwisseling

Een briefwisseling met mijn lieve vriendinnetje Eveline. Zij schrijft heerlijk adhd-stijl op haar eigen blog (doe maar google gebruiken) over haar dagelijkse bezigheden en sores. Volg haar! En lees dit hieronder:

Heuj Eef,

Hoor me aan; ik ben van mijn geloof gevallen. Mijn geloof in mannen. Ik geloof er niet meer in! Ik heb nog net geen last van klepperende eierstokken maar ik weet het denk ik wel zeker: er is geen man geschikt voor mij. Ik geef het op!

De laatste jaren ben ik mannen als lustobject gaan zien, toppunt van emancipatie zou ik zeggen. Maar echt, mannen zijn alleen nog maar leuk voor een nachtje en heel misschien twee of drie, maar daarna schrijf ik ze af. En de enkeling die langer mocht blijven dan een tweetal maanden bleek achteraf een klootzak eersteklas te zijn. Mijn mannenradar is misschien ook wel een beetje kapot. Of niet kapot maar heeft te kampen met een storing. Zodra mijn intuïtie zegt: ‘Rox, doe het niet, dit gaat niet werken, hij gaat je pijn doen, dit is alarmcode rood, kap het af!!’ Zegt mijn libido: ‘Ach he, nog een keertje?’

Het is niet dat ik geen mannen meer tegenkom hoor, ze zijn er in overvloed. Jong en oud, licht en donker, lang en kort, slim en niet zo slim, goed en minder goed geschapen, maar het kan me niet meer bekoren! Ik wil geen hete nachten meer, nouja wel, maar dan met een blijver.

Zo veeleisend ben ik niet volgens mij. Ik zoek een man die:

  • Een lichaam heeft a la Channing Tatum, natuurlijk mag wat minder ook wel, maar hij moet me op onze huwelijksnacht natuurlijk wel over de drempel kunnen dragen zonder door zijn knieën te zakken.
  • Kan koken als René Pluijm, zodat ik na mijn drukke werkdag niet altijd nog hoef te kokkerellen. En natuurlijk zou ik dat ook terug doen!

Lees verder

Droom lekker verder

Ik droom veel, vaak en heftig. Over liften, eekhoorns, koekjes bakken, katten en werk. En als ik dan ’s ochtends wakker word even op droominfo.nl kijken wat mijn nachtelijke escapade met George Clooney in de woestijn nou weer te betekenen had. Natuurlijk weet ik dat alles wat op die site staat op alles kan slaan wat je droomt, en dat ik net zo goed een willekeurig boek open kan slaan en de vijfde zin van de tweede alinea kan lezen voor een verklaring waarom ik vannacht heb liggen woelen toen ik werd aangevallen door goudvissen. Laat ik het op amusement houden en een eventuele mogelijkheid tot inzichten.

Maar ik droom niet alleen ’s nachts. Ik dagdroom ook graag. Bijvoorbeeld over wat er zou gebeuren als ik mijn nummer zou hebben gegeven aan die knappe, lange, blonde jongen met helblauwe ogen en die sexy stoppelbaard die ik net twee seconden geleden op station Van der Madeweg zag overstappen. Ik word zeker tien keer per dag verliefd en bij al die hotties heb ik ons leven samen al uitgestippeld nog voordat we elkaar hebben gepasseerd op het zebrapad. Zonder gein; ik ben een dromer (met een hoop fantasie).

Ik heb ook dromen die ik wil waarmaken. Een roman publiceren, vóór mijn dertigste. Er zitten honderdduizend scenario’s in mijn hoofd maar ik heb er nog geen uitgewerkt, maar goed, ik heb dan ook nog zeven lange lentes te gaan. En reizen, naar Australië, met de liefde van mijn leven (die ik dus nog wel even moet aanspreken voordat ie op Amstel uitstapt). En een gezin starten, een heuse bibliotheek in m’n huis hebben, met ladder voor de bovenste planken en inclusief een Chesterfield, vrijwilligerswerk doen in een willekeurig Afrikaans land, mijn eigen moestuin onderhouden, en prinses worden.

Natuurlijk heb ik ook al een enkele droom waargemaakt. Lees verder

Vrijwillig werken

Toen ik van de week thuis kwam van werk, lekker onder m’n dekens kroop en vanuit m’n bed tv ging kijken, zapte ik langs het programma EZ (Economische Zaken) van de AVRO. Titel van de uitzending: Wel plannen, geen banen. Samenvatting van de 25 minuten durende aflevering (die je hier terug kan zien): Er worden miljarden aan overheidsgelden gestopt in banenplannen, arbeidsprojecten en leer-werktrajecten, maar er zijn veel te weinig banen. Daarnaast is het effect van deze plannen onduidelijk en nooit echt onderzocht, maar we kunnen wel zeggen dat het effect nihil is. We blijven zitten met een gigantisch aantal werklozen. Optie: afschaffen van de inkomstenbelasting waardoor de kosten van arbeid flink lager worden. Want bedrijven werken nou eenmaal het liefst met zo min mogelijk werknemers omdat de belastingen die worden geheven op hun arbeid torenhoog zijn. Wanneer deze kosten naar beneden zouden gaan, zouden er meer banen gecreëerd kunnen worden. Ik zal niet proberen om deze mogelijkheid aan jullie uit te leggen, ik ben immers geen afgestudeerd econoom, maar ik wil wel graag even ingaan op de uitkeringen die mensen krijgen (en dan hebben we het over mensen die eigenlijk zouden kunnen werken), en wat ik vind dat je daar voor zou moeten doen. En ook op wat jij zou kunnen doen voor onze maatschappij!

Potje voetbal voor een uitkering
In Rotterdam zijn er de Challenge Sports waar jonge, veelal ongeschoolde, uitkeringsgerechtigden luisteren naar peptalks van sporters om te gaan solliciteren, en na afloop een potje voetballen. En kom je niet opdagen dan wordt je uitkering stopgezet. Belachelijk! Niet dat je uitkering wordt stopgezet, maar dat je door een uurtje voetballen je uitkering kan behouden. En je kans op een baan door die peptalk wordt echt niet groter, want je hebt immers geen opleiding genoten. Waarom wordt het geld dat aan Challenge Sports wordt besteed, niet besteed aan het subsidiëren van onderwijs aan en het begeleiden van jongeren die geen opleiding hebben, en niet aan het uurtje voetballen dat zij doen. Natuurlijk, het is belangrijk om deze jongeren bezig te houden, maar met een positieve uitstroom (school of werk) van 52% in 2013 lijkt het toch alsof er eens goed gekeken moet worden naar het effect van deze ‘vrijetijdsbesteding’ om je uitkering te mogen behouden. Lees verder

Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg, toch?

Mijn buurjongens willen een kat. Maar omdat dat op onze campus ei-gen-lijk niet is toegestaan (uitzonderingen daargelaten) hebben ze een miauw-taal ontwikkeld. Taal is misschien ietwat overdreven, maar ze hebben nu in ieder geval woorden voor ‘koffie’ en ‘eten’ en ze kunnen antwoorden met ja of nee. Raar, dat wel, maar stiekem ook wel schattig. Wel een gekke gewoonte. En het behoedt ze daarnaast van het nemen van een kat, want die zijn ook niet helemaal goed in hun kop.

Nu we begonnen zijn over katten: Mijn kat drinkt liever water uit de kraan dan uit de waterbak en bij gebrek aan een baas die de kraan open zet kan de wc er ook mee door. Daarnaast eet ze graag eierkoeken en slaapt ze op de vensterbank in een veel te klein mandje waar aanstekers in liggen. Ze kwettert naar de eksters in de boom hier voor het huis, en als ik slaap gaat ze op mijn kledingkast zitten om me van bovenaf te begluren. Niet alleen mensen hebben rare gewoontes, dat is wel duidelijk.

Ik ken ook iemand die tijdens het doen van een grote boodschap (en dan niet die in de supermarkt) het prettig vindt om in zijn neus te peuteren en de snotjes aan de muur af te vegen. Dat is geen gekke gewoonte maar een ronduit smerige, en daar wil ik ook niet verder over praten..

Laten we even het onderscheid maken tussen goede en slechte gewoontes, gekke en vieze gewoontes en bizarre gewoontes. Elke dag sporten is een goede gewoonte. Structureel het gas in trappen wanneer het stoplicht op oranje springt, of keer op keer een smoesje verzinnen om niet te leren voor je tentamen (nog even m’n ramen lappen) is een slechte gewoonte. Een kattentaal ontwikkelen omdat je geen kat mag van je huurbaas is een gekke gewoonte, de inhoud van je neus aan de muur smeren is een vieze gewoonte, en als volwassen man in een luier over straat lopen is een bizarre gewoonte. Lees verder

Over niet stoppen met roken

Aan het eind van het jaar bedenken we allemaal goede voornemens. Meer gaan sporten, afvallen, minder werken en meer tijd voor je zelf, en uiteraard stoppen met roken. Nu heb ik mij hier dit jaar voor het eerst schuldig aan gemaakt alleen ben ik meer gaan sporten, niet om af te vallen maar om fit te worden, ben ik meer gaan werken zodat ik wat minder tijd uit m’n neus zat te vreten, en ben ik niet gestopt met roken. Ik heb het wel even geprobeerd hoor, dat stoppen met roken, niet omdat het een goed voornemen was, maar omdat ik dacht dat ik er wel aan toe was. Maar dat bleek ik toch niet. Het is niet zo dat ik aan een pakje per dag zit, heus niet, ik rook hooguit twee pakjes per week wat dan weer neer komt op een kleine 30 sigaretten verdeeld over 7 dagen. En die rook ik niet eens allemaal zelf want ik ben zeer collegiaal ingesteld en heb altijd wel een sigaretje voor een collega over (of voor een junkie op het station). Laat ik het even afronden, ik rook 25 sigaretten per week. Ik krijg dan ook vaak de vraag: ‘Als je zo weinig rookt, dan kan je toch makkelijk stoppen?’ Maar dat is dus niet zo.

Een goede burger
Ik ben een schatje, werkelijk waar. Ik doe elke dag een goede daad zonder daarvoor iets terug te verwachten, ik werk hard en zit niet onder werktijd op kantoor te Facebooken of online te shoppen, ik maak een praatje met de caissière als ik mijn boodschappen afreken en ik wacht netjes totdat het stoplicht op groen staat voordat ik oversteek. Ik vind dat onder anderen deze dingen mij een goede burger maken. Maar dat niet alleen! Ik ben ook goed voor anderen.Naast de goede daad per dag ben ik, volgens mij, best vriendelijk, zeg ik netjes alsjeblieft en dank je wel, haal ik koffie voor collega’s als ik zelf voor een theetje naar de automaat hobbel, laat ik automobilisten met haast voorgaan als ik kom aangelopen bij een zebrapad, en mag de kat uit de wc-pot drinken omdat ze dat water blijkbaar lekkerder vindt dan uit haar waterbak. Lees verder